
Wij zijn het kantoor voor feministische liefdesbrieven. We schrijven liefdesbrieven voor solidaire toekomsten. We schrijven ze voor jou. Voor ons. We hebben nood aan politieke liefde.
Ons kantoor viert feministische alternatieven voor uitbuiting en geweld. Alternatieven die zijn geweest, gemaakt of verzonnen. Toekomsten van solidariteit. Het kantoor doet aan liefde, niet aan afbouwkritiek. Het is een schrijfpraktijk, een netwerk, een schimmel, een improvisatie en een verzameling luchtkastelen ineen. Het gaat over het kennen van voormoeders en het zorgen voor kinderen1. Het kantoor zet zich in voor verbeelding, intellectuele arbeid en praxis2. Het is licht en bloedserieus tegelijk. Een kantoor waar we 'ja' tegen kunnen zeggen.1
Een kantoor. Voor liefdesbrieven.
Dit is de eerste brief, een brief die ik je schrijf (maar in het kantoor werken we samen, er volgen andere brieven van anderen). Maar ik ben niet de eerste die dat doet: schrijven voor politieke liefde. Ik sta in een lijn. Een lijn die jou en mij verbindt met anderen, die ook al ruimte voor liefde en leven maakten, die probeerden mogelijkheden te creëren. Anderen die al brieven en boeken schreven. Boeken en brieven lazen.
Laten we beginnen bij Toni Morrison. Zij schrijft in haar essay ‘Peril’3 dat geen despoot dom genoeg is om schrijvers vrijheid te geven. Hoe schrijvers in te perken is daarom een vraagstuk voor alle despoten. Maar, schrijft ze:
‘That is their peril.
Ours is of another sort.’
Hoe bevrijdend, deze woorden. In plaats van ons te richten op wat voor despoten een gevaar is, en naar dat gevaar te kijken, kunnen we ook besluiten om dat niet te doen en bij onszelf beginnen. Wat is voor ons eigenlijk belangrijk? Welke mogelijkheden hebben wij nodig?
Ja, dat is een goed beginpunt. We leven te midden van oorlogsenthousiasme, fascisme en (aspirant) despoten. Het gevaar dat een despoot in schrijvers ziet betekent soms een direct gevaar voor die schrijvers. Maar ook voor alle anderen. Dat is ‘ons gevaar’, zegt Morrison: een wereld zonder kunst is treurig, beperkend, onderdrukkend, dodelijk. Alle ruimte en bescherming die we kunnen geven aan kunst is generositeit voor onszelf.
Als het dan toch gaat over generositeit, over elkaar en onszelf iets gunnen, waarom dan niet in de vorm van een liefdesbrief? Een nieuwsbrief met politieke liefde, periodiek in je mailbox.
De brief is een intieme vorm. Diane di Prima schreef haar bekendste gedichten in de vorm van brieven: Revolutionary Letters4. Het zijn gedichten die ze begon te schrijven in de jaren zestig. Ze verstuurde enkele eerst aan haar schoolvriendin, de dichter Audre Lorde, maar maakte ze ook publiek: ze stuurde ze aan een kantoor, een agency, dat de Letters verspreide onder gratis kranten. De brieven gaven Di Prima een kans om iets onmiddellijks, urgents én intiems te schrijven, terwijl het gratis publiek toegankelijk werd. De briefwisseling als vorm maakte dit mogelijk. Ze spreekt je hoogstpersoonlijk aan, het is een brief. Maar ze schrijft over grote thema’s en schrijft aan iedereen die luisteren wil. Ze fluistert en gromt, ze schreeuwt je toe, reageert op gebeurtenissen, schudt ons door elkaar om te vertellen: alles kan anders. Alles moet anders.
We leven in een tijdperk van eindes.5 Midden in een orde die dood produceert. Vergiftigde grond, een genocide gesteund door onze politieke leiders, PFAS in zeeschuim, investeringen met ons publiek geld in wapenindustrie. Wapens die wedijveren in hoe efficiënt ze lichamen uiteenrijten. Alles moet anders voor leven op aarde. Hoe kunnen we denken over toekomsten? Hoe leven we liefdevol in het heden? Hoe kunnen we daarvoor, in Virginia Woolfs beroemde woorden 'thinking back through our mothers'?6
Ik lees graag teksten die een uitwisseling zijn. Een gesprek, of een briefwisseling. Eigenlijk zijn alle teksten uitwisselingen, natuurlijk, ook al zetten auteurs soms hun naam op een boek alsof ze het helemaal zelf gedaan hebben (ik ook). Boeken kunnen voelen alsof ze speciaal voor jou zijn geschreven. We kunnen heel intieme relaties voelen met geschreven tekst. Mijn eigen leven is meer dan eens mogelijk gemaakt, gestut, gesteund, veranderd door boeken. Sommige boeken wil je eigenlijk voor jezelf houden, ze nog even vasthouden, nog even inkijken, nog een stukje herlezen. Sommige teksten wil je graag delen. We delen een link, we geven iets door. Zo delen we de liefde.
Liefde is een kracht die mogelijk maakt. Liefde is generatief. Lauren Berlant zei dat liefde een van de plekken is waar mensen eerlijk toegeven dat ze willen veranderen.7 Liefde stelt ons open. Daarvoor worden we ook instabiel. Alles kan kantelen. Het is spannend, onzeker, labiel misschien zelfs. Er zijn geen garanties op hoe we veranderen, hoe we de toekomst in zullen gaan. Alle liefde is een risico. Liefde kan onbeantwoord blijven natuurlijk, afgebroken worden, of pijnlijk zijn. Maar fundamenteler nog: liefde verandert ons op onvoorspelbare manieren. We bestaan altijd in relatie tot anderen. Als we andere relaties aangaan, veranderen we ook zelf. Soms is dat precies wat we nodig hebben.
Door structureel feministische liefdesbrieven te schrijven en te lezen kunnen we onszelf toestaan iets anders te doen (dat is dus de liefde, volgens Berlant) en elkaar toestaan om samen een andere wereld mogelijk te maken. Dat is wat politieke liefde is, volgens Jennifer Nash.8 Met liefde bedoelt het kantoor dus geen romantische liefde. Liefde gaat voor het kantoor over anders willen worden en andere werelden mogelijk willen maken. Voor Nash is het, staand in een traditie van radicale zwarte feministen in de Verenigde Staten, belangrijk om ruimte te maken voor liefde voor haarzelf en andere zwarte vrouwen. Die liefde dient vooral om in staat te zijn het zelf weer te overstijgen en deel te kunnen nemen aan het maken van wereld waarin toekomsten voor zwarte vrouwen mogelijk zijn. Zonder die liefde, zonder het leven-geven dat zwarte vrouwen voor elkaar kunnen en moeten doen (wie doet het anders?) is dat niet mogelijk. Liefde, voor Nash, gaat over een oriëntatie op het serieuze: het zelf overstijgen en kunnen leven met verschil. Een beetje minder grote ‘zelven’ en leven met verschil lijkt ons ook nodig. Wat we van Nash bovendien kunnen leren is het belang van onder ons te praten terwijl we ook begrijpen dat er niet zomaar een 'ons' is. Daar resoneert haar perspectief met dat van Toni Morrison. We oriënteren ons met deze brieven niet op de staat, op werkgevers of anderen in machtige posities. We vragen niet om ‘inclusie’. We praten onderling. Omdat dat is waar alles begint.
We richten het kantoor ook op omdat we willen schrijven op een manier die niet zomaar ergens anders past. Poëtisch, liefdevol, met humor en durf. We willen schrijven vanuit ons hart: serieus, agiterend of verwarmend. Dat is wat we willen lezen, en dat is waarvan we hopen dat het jou ook voedt. Maar natuurlijk past dat vaak niet in wetenschappelijke publicaties – het soort tekst dat we voor ons werk vaak schrijven, in kantoren die er niet voor liefde zijn. En na jaren publiceren in andere media (kunsttijdschriften, opiniepagina’s, tijdschriften voor actualiteit) hebben we veel ervaring met gatekeepers daar. Soms willen zij dat toegankelijkheid het wint van complexiteit. Soms willen zij per se ‘twee kanten’ laten zien, of heel graag ‘advocaat van de duivel’ spelen.
Een leus op een muur in een gebouw waar ik was: ‘Self publish, be happy’.9

Ja! Natuurlijk!
We schrijven deze brieven uit liefde. Ook liefde voor onszelf. Verbinding vinden met voormoeders, schrijven uit het hart, een collaboratief proces: het is ook goed voor ons, verwarmend en leven-gevend in een tijd die ons niet zelden uitput, woest maakt of deprimeert. Schrijven is dan een voedende praktijk, een vorm van zorg, voor onszelf en voor jou. Herstel misschien. Rebellie welzeker.
Nog even terug naar Virgina Woolf. Want zij riep ons in een essay10 over lezen op om volkomen eigenwijs te zijn. Woolf zegt dat we nooit moeten luisteren naar advies over wat te lezen, hoe te lezen. Vervolgens gaf ze dat advies wel degelijk. Ze is niet bang om een tegenstrijdige boodschap te geven. Ja! We weten dat jij ook eigenwijs bent. Dat je wilt leren, maar zelf wel uitmaakt wat je hoort, waar je mee verder denkt. Je bent, in Woolfs woorden, onze ‘fellow worker’. Onze ‘accomplice’. Schrijf ons dus vooral als je terug wilt praten.
Wat kun je van ons verwachten? Het kantoor voor feministische liefdesbrieven schrijft per seizoen een nieuwsbrief. Vier keer per jaar en een bonus in de winter als iedereen iets meer liefde en warmte kan gebruiken. De brieven komen van verschillende brievenschrijvers. Schrijf je hier in om ze ook te ontvangen! Iedere aflevering is een liefdesbrief. Sommige brieven vieren voormoeders, sommige brieven vieren alternatieve toekomsten, sommige brieven laten zien welke mogelijkheden er zijn om te leven midden in dit tijdperk van eindes. Op de website van het kantoor is nog meer liefde te vinden. Kijk maar eens.
De website voor het kantoor voor feministische liefdesbrieven werd ontworpen door Robin de Haan.
Statig maar liefdevol. Het minimalistische ontwerp met het logo sterk in het midden doet denken aan een officieel stuk. Wel op eigenzinnige manier, waarbij het paars al weggeeft waarover het zich uitspreekt. Daar tegenover geeft de lichte transparantie verwerkt in verschillende delen van de site het zachtere gevoel van een handgeschreven brief.
In de typografie komt hetzelfde contrast terug door het gebruik van het geronde Quando en het scherpere, op kalligrafie geïnspireerde Adelphe. Allebei ontworpen door vrouwelijke type designers, waarvan die laatste extra bijzonder is, als font dat specifiek ontworpen is met de intentie om de functie van gender binnen de (franse) taal te bevragen.
Met als laatste ode aan de vrouwelijke typografie, hebben we het Friedländer font van Laura Markert aangekocht. Dit font is een her-ontwerp van het origineel gemaakt door Elisabeth Friedländer, een van de eerste (Duitse) vrouwelijke typedesigners. Zij ontwierp het font voor het blad Die Dame, Duitslands eerste vrouwen magazine, specifiek gericht op moderne, zelfverzekerde vrouwen in de Weimar Republiek. Haar font hielp de visuele identiteit van deze progressieve publicatie uit de jaren ’20 te sturen.
Maar niet in strikt biologische zin. Het gaat om het mogelijk maken van leven in de toekomst.
Praxis verwijst, naar Paolo Freire, naar de reflectie en actie die gericht is op de structuren die veranderd moeten worden. (in zijn boek Pedagogy of the oppressed).
Toni Morrison, 2009: Peril. In: Burn this book, ed. Toni Morrison. Harper Studio.
Diane Di Prima. (2021). Revolutionary Letters. Silver Press.
Dit alles werk ik uitgebreid uit in mijn boek Kwetsbaar – Politieke mogelijkheden (Mazirel Pers, 2025).
Virgina Woolf, 1929: A room of one’s own.
They said this in conversation with Michael Hardt, published with this title: On the risk of a new relationality, 2012.
Jennifer Nash. (2011). Practicing Love: Black Feminism, Love-Politics, and Post-Intersectionality. Meridians, 11(2).
Ik maakte deze foto op een muur bij de bibliotheek van het Musee de la photographie europeenne in Parijs.
Virginia Woolf, 1932: How should one read a book? In: On Reading, Writing and Living with Books. London: The London Library, 2016.
Alleen door ontrouw te worden aan deze wereld kan ik leven en mens blijven. Zakia Essanhaji schrijft een liefdesbrief aan iedereen die probeert te leven en mens wil blijven in een wereld die aandringt op dood, vernietiging en ontmenselijking,
Feministen moesten seksueel geweld altijd al serieus nemen. Met moed en strijdlust politiseerden ze individuele tragedies en veranderden deze in een collectief verhaal waar we ons toe moeten verhouden. Massilia Ourabah schrijft over haar feministische dankbaarheid en vraagt mannen: Wij deden Me Too, nu is het Jullie Beurt.
Noortje van Amsterdam schildert de luchten die ze kan zien vanuit haar huis. Ze zoekt naar crip solidariteit vanuit haar ziekteverlof: ' Mijn wens voor ons (ja, samen!) is dat we naar de hemel reiken om netwerken te bouwen waarmee we crip solidariteit oefenen als een manier om opnieuw vorm te geven aan onze relatie tot ons werk, ons eigen lichaam en dat van anderen.'
Over moeders en moederschap hebben feministen veel geschreven. Maar hoe verhouden we ons kritisch en liefdevol tot onze eigen feministische (voor)moeders? Irene van Oorschot zoekt in de bibliotheek van haar overleden moeder naar een antwoord.